Ik ben een jaartje of acht en ben net uit een overvolle Volvo zonder airco gestapt, waar mijn broer en mijn zusjes en ik een wedstrijd speelden: hoe krijgen we onze ouders depressief?
Ik ben blij dat ik even naar buiten kan. Ik moet namelijk nodig alle snoepjes lozen, en snel ook.
Het Franse toilettrauma
“Oké Niek, you can do this.”
Ik staar naar het gat in de grond. De spetters en gele vloeistof zitten overal behalve in het gat. De tot dan toe onbekende geur van 10.000 zwetende, plassende en poepende vakantiegangers die mij voorgingen, dringt mijn poriën binnen.
“Kom op, goed mikken. Als zij het kunnen, kan jij dat ook.”
“Hurken. Oké. Hurken.”
Ik zak door mijn knieën. Mijn armpjes gespreid als een evenwichtskunstenaar boven de Niagara Falls. De muur houdt me op de been. Gelukkig. Want mijn Bata-sandaaltjes vinden geen grip op een vloer die in geen tien jaar droog is geweest.
Het gaat. Het gaat écht. Trots welt op. En dan. Een warmte. Subtiel. Maar onmiskenbaar.
Ik kijk omlaag. Daar ligt hij. Klein. Koffiebruin. Onschuldig bijna. Aan de binnenkant van mijn Fila-onderbroek.
En daar sta ik dan als achtjarig jongetje met een vieze onderbroek, nog maar tien uur onderweg in een bloedwarme auto naar de camping.
Zie hier mijn eerste trauma. Waarschijnlijk niet mijn eerste, maar dat bekt lekker voor dit verhaal.
Nog steeds draait mijn maag om bij die geur. Gelukkig zijn de MIVA-toiletten tegenwoordig schoon op weg naar het zuiden. Ook kan ik beter mikken.
Trauma zit niet waar je denkt
Waarom dit verhaal?
Als ik voor groepen spreek over veerkracht, maak ik trauma altijd kleiner. We worden niet veerkrachtig door te leren van de grote trauma’s van ons leven, ook niet van de kleine, maar precies van alles daartussenin.
Je ontwikkelt weerbaarheid door te observeren waarom jij geïrriteerd raakt als er weer een reorganisatie komt, waarom je ontploft als de koffiebonen op zijn of als de parkeerplaats vol zit.
En daar zit nou precies de posttraumatische groei.
Boosheid, irritatie en weerstand, het zijn secundaire emoties. Door op de werkvloer en daarbuiten te durven observeren wat er nou echt gebeurt, kom je bij datgene waar veerkracht zijn oorsprong kent.
In mijn werk als spreker weerbaarheid zie ik dat mensen vaak wachten op een grote crisis om zichzelf serieus te nemen, terwijl juist de kleine irritaties laten zien waar groei mogelijk is.
Waarom jij harder op je toetsenbord slaat dan nodig is
“Mijn agenda staat weer vol. Ik word er gestoord van.”
Het is maandagochtend. Ik open mijn laptop. En daar staat hij. Dichtgeplakt. Elke dag. Kleurtjes. Blokjes. Namen van mensen die ik liever niet zie vóór tienen.
“Jezus. Weer.”
Ik sla harder op mijn toetsenbord dan nodig is. Mijn collega kijkt op.
“Alles goed?”
“Prima.”
(Niet prima. Helemaal niet prima. Maar dat zeg je niet, want je bent een professional en professionals zeggen prima terwijl ze vanbinnen een klein beetje sterven.)
Maar wacht even.
Ik ben geïrriteerd. Oké. Volwassen mens. Gesetteld. Heeft een hypotheek en een Nespresso-abonnement. En toch zit ik hier te mokken als een puber wiens PlayStation wordt afgepakt.
Waaróm eigenlijk?
Niet door die agenda. Die agenda is het gat in de grond langs de Route du Soleil. Het is niet het echte probleem. Het is alleen de plek waar het naar stinkt.
De echte vraag is: wat verlies ik als mijn agenda vol zit?
Controle? Nee.
Tijd? Nee, niet écht.
Ik verlies het gevoel dat ik ertoe doe op mijn eigen manier. Dat ik iets bouw. Dat ik beweeg in een richting die ík heb gekozen.
Een volle agenda zegt eigenlijk: jij bent instrument, geen auteur.
En dát snijdt.
Meer dan de agenda. Meer dan de kleurtjes. Meer dan die ene collega die elke vergadering uitnodigt als therapie voor zijn eigen onzekerheid. (Je kent hem. Iedereen kent hem.)
Dáár ontwikkel je weerbaarheid
Dus wat doe je daarmee?
Niet de agenda leegmaken. Niet “nee leren zeggen”. Want dat heb je al geprobeerd. Twee keer. In januari.
De primaire vraag is: wanneer voel jij je auteur van je eigen werk?
Benoem dat. Schrijf het op. Eén zin.
“Ik voel me auteur als ik elke dag 45 minuten heb om iets te maken dat alleen van mij is.”
Dan pas weet je wat je te verdedigen hebt. Zo werkt het.
Niet de grote trauma’s. Niet de koffiebonenmomenten. Maar precies dat moment waarop je harder op je toetsenbord slaat dan nodig is. En je collega vraagt of alles goed is. En jij zegt prima. Dáár zit de groei. (En misschien ook een betere dagplanner. Maar eerst dit.)
Over de kracht van weerbaarheid
Nou, nu weet je het. Zo ontwikkel je veerkracht in het klein.
Succes deze zomer op weg naar het zuiden.
In mijn werk als spreker weerbaarheid gaat het precies hierover: hoe kleine irritaties, ongemak en dagelijkse stress vaak meer zeggen over onze mentale veerkracht dan grote levensgebeurtenissen.
Weerbaarheid ontwikkel je niet alleen in crisistijd, maar juist in de kleine momenten waarop je leert begrijpen wat er écht onder je frustratie zit.
Boek Niek als Spreker Weerbaarheid
Wil je dat jouw team of organisatie beter leert omgaan met verandering, stress en mentale druk?
Als spreker weerbaarheid help ik mensen en organisaties om beter te begrijpen hoe veerkracht ontstaat, niet alleen tijdens grote crises, maar juist in het dagelijks leven.
Boek Niek als spreker weerbaarheid en ontdek hoe kleine inzichten grote mentale groei kunnen veroorzaken.




